S T U D I E T I P S

Inhoud:

   G O E D E   S T U D I E G E W O O N T E N

 ►  D I N G E N   V A N   B U I T E N   L E R E N

 ►  M U L T I P L E  -  C H O I C E  -  V R A G E N


 
 
  G O E D E   S T U D I E G E W O O N T E N 
 
Tijdens de mentorlessen wordt veel aandacht besteed aan hoe je het beste kunt studeren. Niet alleen hier leer je goede studiegewoonten, maar ook de andere docenten zullen je leren hoe je voor hun vak het beste iets kunt aanpakken.
Hoe ga je er verder thuis mee om? Wellicht kunnen je ouders of iemand anders je er bij helpen als je het even niet snapt. Ook hier word je nog even op weg geholpen; kijk maar eens of je je houdt aan enkele gemakkelijke "regels".
 
De goede studiegewoontes zijn onderverdeeld in de vijf bekende onderwerpen: nauwkeurigheid, zelfcontrole, ordening werkruimte, tijdsindeling en werkverdeling.
 
 
 1       Nauwkeurigheid                        
 
1.    Lees nauwkeurig je opdrachten.
2.    Maak je werk altijd netjes, je hoeft dan niet alles opnieuw in het net over te schrijven.    Dat kost onnodige tijd.
3.    Vul je agenda duidelijk en netjes in. D.w.z.: Zorg dat af je huiswerk in je agenda staat en bij de goede dag, je hebt in de kantlijn al de vakken staan. Zorg dat er in je agenda voldoende plaats is om je huiswerk op te schrijven. Gebruik duidelijke afkortingen bij het opschrijven van je huiswerk.
(leren = l maken = m Nederlands = ne tot en met = t/m opgave = opg enz.)
4.    Laat je agenda eens zien aan je ouders, dan zien ze meteen dat je een druk bezet iemand bent. Zij kunnen dan ook zien hoeveel huiswerk je hebt en hoe je alles plant.
 
 
 2       Zelfcontrole                                 
 
1.    Kijk je schriftelijke werk helemaal na wanneer je het gemaakt hebt.
2.    Kijk je huiswerk nog eens over.
3.    Herhaal regelmatig. Dit kun je bijvoorbeeld in het weekend doen als je het later in de week wat minder druk wilt hebben.
4.    Overhoor jezelf of laat je overhoren.
5.    Kijk bij het voorbereiden van een proefwerk, vooral de bij het huiswerk gemaakte fouten goed na (geef bij het verbeteren van je huiswerk de gemaakte fouten duidelijk aan).
En: Bekijk n een proefwerk je gemaakte fouten nauwkeurig en leer direct opnieuw, d.w.z. dezelfde dag nog.
 
 
 3      Ordening werkruimte               
 
1.    Zorg ervoor dat je een vaste plaats hebt om te studeren.
2.    Zorg ervoor dat je tijdens het studeren geen radio aan hebt staan, waarop Nederlands gesproken of gezongen wordt. En: Zorg ervoor dat vanaf je studieplaats geen TV te zien of te horen is.
3.    Zorg ervoor datje niet op een plaats studeert, waar je kans loopt om regelmatig gestoord te worden.
4.    Zorg ervoor dat in je directe omgeving geen hobbyspullen liggen, wanneer je aan het studeren bent.
 
 
 4      Tijdsindeling                              
 
1.    Maak de pauze tussen "thuis komen" en "beginnen met je huiswerk" niet te groot (bijv. 3 kwartier).
2.    Probeer er aan te wennen elke dag evenveel tijd aan je huiswerk te besteden. Wanneer je weinig huiswerk hebt, gebruik de overige tijd dan aan het vooruitwerken, een proefwerk voorbereiden, herhaling van eerder behandelde stof, met name van voor jou moeilijke vakken. (Te denken valt aan woordjes leren voor Frans of Engels, een stukje tekst uit een ak-boek of gs-boek doorlezen dat al snel aan bod komt tijdens de les, kijken op de biologie-site of er oefenvragen te maken zijn).
3.    Probeer zowel 's middags als 's avonds tijd aan je huiswerk te besteden.
4.    Bouw een vast ritme op voor door de week en een voor in het weekend.
 
 
 5      Werkverdeling
                           
 
1.    Wanneer je een lange periode (bijv. 2 uur) studeert, houd dan een korte pauze (ga bijvoorbeeld een boodschap doen, iets eten of even gezellig een kop thee drinken, enz.).
2.    Stel van te voren vast hoeveel minuten je aan een vak besteedt.
3.    Begin al met je huiswerk, een paar dagen voordat je het moet kennen.
4.    Begin bij het huiswerk niet met het gemakkelijkste vak, maar laat het moeilijkste ook niet tot het laatste staan.
5.    Wanneer je zowel Franse als Engelse woordjes moet leren, leer ze dan niet vlak na elkaar en zeker niet door elkaar.
6.    Breng afwisseling in leerwerk en maakwerk. Doe eerst het leerwerk, dat je in het maakwerk moet toepassen.
7.    Probeer je huiswerk maken en leren zo te plannen, dat je ermee start op de dag dat je het opgekregen hebt. Want dan zit je er nog het beste in en weet je er nog het meeste over.
8.    Laat het vak dat je het minst leuk vindt, niet tot het laatste liggen.
9.    Als je van jezelf weet dat van buiten leren niet je sterkste kant is, leer het dan korter maar vaker in plaats van in een keer maar dan wel heel lang achterelkaar.
10.  Ga 's avonds niet te lang door met leren en zeker niet totdat je gaat slapen.
11.  Ga ontspannen slapen zonder zorgen voor morgen, dus niet denken: "O, dat leer ik morgenvroeg wel, dan sta ik eerder op." Vaak helpt dat gewoon niet of je houd jezelf voor de gek.
Heb je vragen of snap je iets niet, kom er dan mee voor de dag.
 

| Naar boven |


 

  D I N G E N   V A N   B U I T E N    L E R E N 
 
Soms moet je wel eens iets van buiten leren. Docenten zeggen ook wel dat je dan iets uit het hoofd moet leren. Dat betekent precies hetzelfde. Nu zul je misschien zeggen, wat heb je er nou aan als je iets uit het hoofd moet leren?
Vooral bij taalvakken krijg je te maken met woordjes uit het hoofd leren. De bedoeling is dat je woordenschat er snel groter van wordt. Bij vakken als Frans en Engels is het tevens handig omdat je er vaak je cijfers mee kunt ophalen. Tenminste als je goed dingen uit je hoofd kunt leren. Je kunt daarbij gebruik maken van de onderstaande tips.
 
 Tip 1         Hardop leren                      
 
Met woordjes opnoemen, dus hardop leren, bereik je dat je dingen beter onthoudt. Je oefent dan meteen de juiste uitspraak als het om een vreemde taal gaat. Let er wel op dat je weet wat je leest. Want als je niet in de gaten hebt, wat je leest, leer je er weer niets van! En dat is zonde van je tijd.
 
 Tip 2         Schrijf het eens op           
 
Je kunt woorden (vreemde woorden of moeilijke woorden) beter onthouden als je ze opschrijft. Let dan op de juiste spelling dan gaat het nog beter.
 
 Tip 3         Overhoor jezelf                 
 
Begin jezelf te overhoren als je denkt dat je het kent. En niet om er meteen al achter te komen hoeveel tijd je er nog aan moet besteden. Dan houd je je zelf alleen maar voor de gek.
Leer, als je veel fouten maakt, ook andersom. Dus niet alleen van Engels naar Nederlands, maar ook van Nederlands naar Engels.
 
 Tip 4         Herhaal dingen                 
 
Gek maar waar: met 3 keer 10 minuten woordjes leren leer je meer en sneller dan met n keer 30 minuten achterelkaar. Dus op drie dagen achterelkaar iets leren heeft meer leereffect dan de laatste dag alles ineens.
 
 Tip 5         Lees het nog eens over 
 
Soms vind je het wel genoeg, je vindt dat je het goed geleerd hebt en dat je het kent. Lees het dan toch nog een keertje even door. Met deze tactiek blijf je het nog beter onthouden.
 
 Tip 6         Wanneer overhoren?     
 
Nooit direct nadat je iets geleerd hebt. Omdat je het dan natuurlijk het beste kent! Als je 's middags iets leert, kun je dat het beste 's avonds laten overhoren. Een dag later kan natuurlijk ook.
 
 Tip 7         Denk aan afwisseling     
 
Je moet niet alle van-buiten-leerwerk achter elkaar doen. Want dan vergeet je een hoop. Wissel maakwerk en leerwerk goed af. Dan is het huiswerk ook een stuk minder saai.
 
 
Heb je vragen of snap je iets niet, kom er dan mee voor de dag.
 
 

| Naar boven |


 
 M U L T I P L E  -  C H O I C E    V R A G E N  bij biologie . hoe je ze moet aanpakken
 
 1  Een aantal jaren geleden bestond een biologie examen helemaal uit meerkeuze vragen. Dat is niet meer zo, het is nu ongeveer 50% meerkeuzevragen en 50% open vragen.
 
 2  Voor een aantal van jullie is dat jammer, maar niet voor iedereen. Meerkeuze vragen zijn voor een aantal mensen echt een ramp. Toch is dat niet nodig! Het goede antwoord staat voor je neus, je moet alleen zien uit te vinden welke dat is.
 
 3  Het is natuurlijk geen probleem als de vraag gewoon weet. Laat je dan niet in de verleiding brengen om te gaan twijfelen! Te vaak krijg ik nakijkwerk met daarop een juist antwoord dat is doorgestreept en vervangen voor een fout antwoord.
 
 4  Tip hiervoor is: Lees de vraag zonder de antwoorden, ga eerst zelf het antwoord bedenken en kijk dan pas of dat antwoord ook tussen de keuzemogelijkheden staat. Het lezen van de antwoorden bij de vraag roept in zon geval alleen maar twijfel op.
 
 5  Mocht je het antwoord niet meteen weten dan kijk je naar de gegeven antwoordmogelijkheden. Daarbij kun je de volgende strategie hanteren:
 
 6  Kijk welk antwoord volgens jou echt niet goed is. Er is er altijd wel 1 die (te) ver gezocht is.
 
 7  Kijk of er tussen de antwoorden die over zijn 2 antwoorden inzitten die op elkaar lijken, de kans is groot dat 1 van deze twee antwoorden juist is.
 
 8  Kies voor 1 antwoord. Als je twee letters opschrijft is het antwoord in elk geval fout, ook al zit de juiste er tussen! (dit geldt natuurlijk niet voor vragen waarbij staat aangegeven dat meerdere antwoorden mogelijk zijn)
 
 9  Schrijf alleen de letter op die bij het juiste antwoord hoort.
 
 10  Verbeter alleen als je zeker weet dat jou eerste antwoord fout was, meestal is de eerste keuze de juiste.
 
 11  Kijk na afloop de antwoorden nog eens door, wellicht is er verderop in de toets een vraag geweest die je geheugen een beetje heeft geholpen waardoor je het antwoord nu wel zeker weet!
 
 12  Laat je bij een rijtje meerkeuzevragen niet benvloeden door het aantal maal dat een bepaalde letter voorkomt. Het kan best zo zijn dat je vier keer hetzelfde antwoord moet geven.
 
 13  Schrijf duidelijk! Een kleine letter a met een iets te lang streepje wordt eenvoudig aangezien voor een kleine letter d. Wen je aan hoofdletters te gebruiken, die lijken minder snel op elkaar.
 
Wat is nu het beste antwoord?

A - veel plezier
B - veel succes
C - een black-out
D - een hoog cijfer


 

Heb je vragen of snap je iets niet, kom er dan mee voor de dag.

| Begin pagina |