O E F E N T O E T S       G R O E N E    O R G A N I S M E N
 
Meerkeuze-vragen om te oefenen.
Niveau: 1 vmbo / havo / vwo

 

 

 

doorsnede stam met jaarringen

Klik voor het juiste antwoord in n van de hokjes. Er zijn 12 vragen; je kunt 12 punten halen.
Als je achteraf de antwoorden per vraag wilt checken, is het handig ze ook ergens op te schrijven.
Ook heb je van je docent een wachtwoord nodig.

 
1  
In plantenstengels komen transportvaten voor. Deze worden vaatbundels genoemd.
 
Welke stoffen worden hierdoor getransporteerd?
 
  Alleen water.
  Suiker en zuurstof.
  Water en koolstofdioxide.
  Water, suiker en voedingsstoffen.
 
 
2  
Wortels kunnen geen fotosynthese uitvoeren. Daarom zijn ze ook niet in het bezit van ...
 
  ... bladgroenkorrels.
  ... vaatbundels.
  ... wortelharen.
  ... zijwortels.
 
 
3
Wortels van planten zijn organen. Organen zijn delen van een organisme met n of meerdere functies.
 
Welke functie hebben de wortels van een plant?
 
  Ze zorgen ervoor dat de plant zijn fotosynthese goed kan uitvoeren.
  Ze nemen water en voedingsstoffen uit de bodem op.
  Ze regelen de groei van de plant.
  Ze maken bladgroenkorrels.
 
 
4
Welke stoffen worden er bij de fotosynthese door planten gemaakt?
 
  Glucose en koolstofdioxide.
  Glucose en zuurstof.
  Koolstofdioxide en zuurstof.
  Zuurstof en water.
 
 
5
In welke delen van de plant kan er fotosynthese plaatsvinden?
 
  Alleen in de bladeren.
  Alleen in de groene delen.
  Alleen in de bloemen.
  In alle delen van planten.
 
 
6
Op welke manier krijgt een plant koolstofdioxide en water om er de fotosynthese mee uit te voeren?
 
  Koolstofdioxide uit de bodem, water uit de lucht.
  Koolstofdioxide uit de lucht, water uit de bodem.
  Koolstofdioxide en water uit de bodem.
  Koolstofdioxide en water uit de lucht.
 
 
7   
Tijdens de rustperiode van planten worden veel stoffen opgeslagen.
 
Op welke plaats gebeurt dit meestal?
 
  In de bladeren.
  In de stam of stengels.
  In de wortels.
  In de stam en in de wortels.
 
 
8
In een klas doen twee leerlingen een bewering:
Rob zegt dat bij de doorsnede van een boomstam n jaarring uit een lichte n een donkere laag bestaat.
Roel zegt dat bij de doorsnede van een boomstam n jaarring uit f een lichte f een donkere laag bestaat en dat dat ligt aan het feit of die boom dat jaar gunstige of ongunstige omstandigheden had.
 
Wie heeft of hebben er gelijk?
 
  Alleen Rob heeft gelijk.
  Alleen Roel heeft gelijk.
  Rob en Roel hebben allebei gelijk.
  Rob en Roel hebben geen van beiden gelijk.
 
 
9
Hoe heet de plaats waar een blad aan de stengel vastzit?
 
  Een eindknop
  Een knoop
  Een lid
  Een okselknop
 
 
10
Planten kunnen ingedeeld worden in planten met houtachtige stengels en planten met kruidachtige stengels.
 
Hoe komen houtachtige stengels een hun stevigheid?
En kruidachtige stengels?
 
  Beide stengels krijgen stevigheid door de houtstof die in de stengels zit.
  Beide stengels krijgen stevigheid door de aanwezigheid van water.
  Houtachtige stengels krijgen stevigheid door de aanwezige houtstof. Kruidachtige stengels worden stevig door de kruiden die erin zitten.
  Houtachtige stengels krijgen stevigheid door de aanwezige houtstof. Kruidachtige stengels worden stevig door de aanwezigheid van water.

 
11
Planten krijgen voedsel door het zelf te maken.
 
Wat is de naam van het proces waarbij planten hun eigen voedsel maken en welke stoffen hebben planten hiervoor nodig?
 
  Fotosynthese; planten hebben hier water en glucose nodig.
  Fotosynthese; planten hebben hier water en zonlicht voor nodig.
  Fotosynthese; planten hebben hier koolstofdioxide en water voor nodig.
  Fotosynthese; planten hebben hier water en zonlicht voor nodig.
 
 
12
Elles zegt dat uit okselknoppen nieuwe zijstengels kunnen groeien.
Nicole zegt dat je bij witlof de bladeren eet.
 
Wie heeft er gelijk?
 
Alleen Elles heeft gelijk.
Alleen Nicole heeft gelijk.
Elles en Nicole hebben allebei gelijk.
Elles en Nicole hebben allebei geen gelijk.
 

Je hebt punten gehaald.
Deze score is:

| Begin pagina | Antwoorden |