B I O L O G I E   O P   H ET      M O N D R I A A N    C O L L E G E
Extra informatie
lamp50.gif (9584 bytes)

 Biologie op het Mondriaan College en de methode “Biologie Voor Jou”
 
 
De methode waar we op het Mondriaan College mee werken, heet “Biologie voor jou”. Er is een theorieboek en een werkboek.
 
In het boek is elk thema (hoofdstuk) opgebouwd uit:
-    Basisstof
-    Extra basisstof
-    Samenvatting
-    Diagnostische toets
-    Verrijkingsstof
 
Tijdens een van de eerste lessen wordt uitgelegd, hoe je met het theorieboek en het werkboek moet omgaan.
 
Elke les moet je de volgende dingen bij je hebben:
-    handboek (theorieboek)
-    werkboek
-    schrijf- en tekengerei (pen, potlood HB of fineliner, gum, kleurpotloden, liniaal, schaartje en plakstift)
 
De Basisstof en de Extra Basisstof wordt voor elke klas en elke leerling uitgelegd. Daarover wordt vaak een Diagnostische toets gemaakt. Hiervoor krijg je soms een cijfer, dat niet meetelt. Met dit cijfer weet je ongeveer hoe goed of hoe slecht je de leerstof beheerst. Daarna krijg je de echte toets; hier krijg je een cijfer voor dat wel meetelt.
Uit de Verrijkingsstof wordt een keuze gemaakt door de docent en soms door de leerling zelf.
 
 
 A  van AANPAK
 
 
Aan het begin van de les leg je alles klaar wat je nodig hebt: theorieboek, klapper met het goede hoofdstuk, schrijf- en tekengerei.
Vaak wordt er gewerkt met zogenaamde werkwijzers. Hierop staat aangegeven wat er per les gedaan wordt en wat het huiswerk zal zijn. Zorg dat je deze werkwijzer altijd bij je hebt. (Er zitten niet voor niets gaatjes in, dus doe ‘m bij het vak biologie vooraan in je klapper.) Let tijdens de les op als er afgeweken wordt van de gewone planning die in je werkwijzer staat.
 
Bij het zelfstandig doorwerken van een thema of stuk Basisstof, lees je eerst goed de tekst door.
Eerst lezen dan vragen maken, niet andersom! Let op schuingedrukte woorden, deze zijn heel belangrijk. Zijn er ook nog andere moeilijke woorden? Kijk aandachtig naar de verklarende tekeningen of afbeeldingen.
Werk goed door maar hou de tijd in de gaten. Vaak mag je al tijdens de les aan je huiswerk beginnen. Benut deze tijd daarom extra goed!
 
 
 B  van BEWERKEN
 
 
Bij een practicum:
Soms wordt er een practicum gedaan. Deze kun je niet thuis doen. Luister goed naar de klassikale instructies van je docent(e). Hij / zij legt het nog eens uit geeft je tips die niet in het boek staan. Voor de praktische opdracht geldt dat je precies moet doen wat er in het boek staat.
 
Bij normale leerstof / theorie:
Pas als je alles hebt begrepen, begin je met de opdrachten. Weet je welke opdrachten je moet maken? Ook hier geldt: eerst goed lezen en dan eventueel terugzoeken in de tekst die je gelezen hebt. Begrijp je de opdracht niet, lees hem dan nog eens aandachtig door. Weet je het dan nog niet, vraag dan aan je buurman/vrouw en daarna pas aan de docent om uitleg.
 
 Om extra te oefenen kun je de volgende dingen doen:
-    Schrijf alle schuingedrukte woorden onder elkaar en zet erachter wat ze volgens jou betekenen. Gebruik zoveel mogelijk je eigen woorden.
-    Maak een samenvatting van de basisstof. Vergelijk deze met de Samenvatting uit je theorieboek. Komt het een beetje overeen? Zo nee, ben je dingen vergeten?
-    Bestudeer de afbeeldingen met onderdelen goed, door een deel af te dekken met een blaadje.
-    Laat je regelmatig door iemand overhoren.
-    Maak alvast een paar vragen van de Diagnostische toets om extra te oefenen. Zoek de antwoorden in de juiste Basisstof op.
                       
 
 C  van CONTROLE
 
 
Controle voor normale theorie:
-    In de klas kun je de opdrachten zelfstandig nakijken met de antwoordenboekjes.
-    Verbeter fouten met een andere kleur pen. Zo leer je beter van je fouten.
-    Wanneer je een antwoord niet begrijpt, vraag dan hulp van een klasgenoot of van je docent(e). Als het nodig is, moet je de Basisstof eerst  
      opnieuw lezen. Maak de opdracht daarna desnoods opnieuw.
-    Weet je de betekenis van alle schuingedrukte woorden die in de tekst voorkomen?
-    Ken je de onderdelen die in afbeeldingen aangeduid worden?
 
Controle voor een toets: 
-    Start op tijd met het leren van een toets of proefwerk; zeker een week van te voren.
-    Zorg dat je alle spullen hebt: boek, klapper, extra stencils, extra aantekeningen, practica, enz.
-    Heb je alle opdrachten gemaakt? (Zo nee, hoe komt het dat je ze nog niet bijgewerkt hebt?)
-    Leer niet alles in een keer door, maar knip de leerstof in stukjes.
-    Lees de Basisstof goed door. Als het goed is, moet nu alles begrijpen.
-    Bestudeer de afbeeldingen aandachtig. Test jezelf met aangegeven onderdelen.
-    Bekijk schema’s en tabellen goed. Welke moet je kennen en welke niet?
-    Maak (een deel van) de opdrachten nog eens als steekproef. Vergelijk met de juiste antwoorden!
-    Maak (een deel van) de Diagnostische toets nog eens. Ook vergelijken!
-    Schrijf op een apart blaadje welke delen van de Basisstof of welke afbeeldingen je nog niet goed kent. De volgende keer dat je verder gaat met leren, begin je met de herhaling van wat je niet kende.
-    Leer de samenvatting goed.
-    Laat je door iemand overhoren.
-    Blijf alles goed herhalen totdat je de toets hebt.
 
 
 Extra informatie:
 
 
1    Een toets over een Thema, bevat meestal de volgende onderdelen:
            ·         vragen die gaan over de schuin- of dikgedrukte woorden;
            ·         vragen met beweringen, die juist of onjuist zijn;
            ·         meerkeuzevragen; hier is altijd maar één antwoord juist;
            ·         vragen over tekeningen en afbeeldingen en de onderdelen;
            ·         vragen over een stukje tekst die over het onderwerp gaat.
 
2    Hou je altijd aan de planning (huiswerk). Als je ziek bent (geweest), wordt er van je verwacht dat je zelfstandig alles tijdig bijwerkt.
3    Schriftelijke Overhoringen (SO’s) zijn meestal onverwacht. Als je je aan de planning houdt en het huiswerk altijd goed in je agenda noteert,      kan het al bijna niet misgaan.
 
 

| Begin pagina |