O E F E N T O E T S      D I E R G E D R A G
Meerkeuzevragen om te oefenen.
Niveau: 2 vmbo tl / havo / vwo - 3 mavo (vmbo tl)
 

Klik voor het juiste antwoord in één van de hokjes. Er zijn 30 vragen; je kunt 30 punten halen.
Als je achteraf de antwoorden per vraag wilt checken, is het handig ze ook ergens op te schrijven.
Ook heb je van je docent een wachtwoord nodig.

1  
Wat is de beste definitie voor het begrip 'gedrag'? Maak de zin hieronder af.
 
Gedrag is een verzamelnaam voor ...
 
  ... alle bewegingen die een mens of dier doet.
  ... alles wat een dier of mens doet.
  ... alles wat een dier doet om zijn baasje het naar zijn zin te maken.
  ... alle reacties die een mens of dier op zijn omgeving geeft.
 
 
2  
Iemand bestudeert het gedrag van twee vechtende meeuwen. Om de 10 seconden wordt opgeschreven wat de vogels doen.
 
Hoe wordt dergelijke beschrijving van de handelingen, die onder elkaar staan, genoemd?
 
  Een ethogram.
  Een gedragsketen.
  Een gedragsonderzoek.
  Een
protocol.
 
 
3
Mijn zoontje probeert in de dierentuin de kangoeroes te voeren. Dat lukt niet erg want ze zijn met iets anders bezig.
 
Wat is de beste benaming van het soort gedrag dat de kangoeroes hier laten zien?
 
  Agressief gedrag.
  Sociaal gedrag.
  Vluchtgedrag.
  Voortplantingsgedrag.
 
 
4
Bekijk de afbeelding hiernaast. Een mens kust hier een vrouwtjesaap. Het is een scene uit de filmklassieker 'Planet of the Apes'.
 
Is hier sprake van sociaal gedrag?
Waarom wel / niet?
 
  Ja, alles wat mensen en dieren doen kun je gedrag noemen.
  Ja, maar het is wel zeldzaam gedrag.
  Nee, dit hoort niet.
  Nee, van sociaal gedrag is alleen sprake als dit tussen soortgenoten is.
 
 
 
5  
Wanneer zilvermeeuwen met de kop op en neer bewegen werkt dit als een prikkel. Als een vrouwtje dit bij een mannetje doet, gaat het mannetje voedsel uit de krop uitbraken.
 
Hoe wordt een dergelijke handeling die als prikkel voor een soortgenoot werkt, genoemd?

   Broedzorg.
   Een sleutelprikkel.
   Een supranormale prikkel.
   Voortplantingsgedrag.
 
 
6
Sommige dieren doen zich in gevaarlijke situaties groter voor dan ze in werkelijkheid zijn. Zo kunnen padden zichzelf opblazen. Zie nevenstaande  afbeelding.
 
Hoe wordt dit gedrag genoemd?

   Imponeergedrag.
   Territoriumgedrag.
   Trial and error.
   Voortplantingsgedrag.
 
 
7   
Naaktmollen staan bekend om hun organisatie. Het zijn de enige zoogdieren die een staat vormen die te vergelijken is met bijen, mieren of termieten. De meeste taken worden uitgevoerd door werksters die gangen graven. De mannetjes hebben de taak als wachter in de kraamkamer waar de koningin de enige van de groep is die jongen kan krijgen. Alle andere vrouwtjes kunnen geen jongen krijgen. De urine van de koningin bevat namelijk hormonen die dezelfde uitwerking hebben als stoffen in de anticonceptiepil.
 
Welke uitwerking hebben de stoffen in de urine?
 
   De mannetjes zijn onvruchtbaar doordat ze geen zaadcellen produceren.
   De vrouwtjes zijn onvruchtbaar doordat er geen eisprong is.
   De mannetjes mogen alleen met de koningin paren.
   De vrouwtjes paren niet met de mannetjes omdat ze moeten graven.
 
 
8   
Wanneer jonge kuikens uit het ei kruipen zien zij voor het eerst iets groots. Dat kunnen de voeten van de onderzoeker zijn die de eieren in een laboratorium heeft uitgebroed. De kuikens volgen vanaf die tijd de voeten van de onderzoeker alsof het hun moeder is. Konrad Lorenz was de eerste wetenschapper die hier onderzoek naar deed. Zie afbeelding.
 
Van welk leerproces of gedrag is hier sprake?
 
   Baltsgedrag.
   Inprenting.
   Conditionering.
   Trial and error.
 
 
9
In onderstaande tekst wordt een aantal gedragingen van een kat beschreven.
  •  
    Een kat ligt op een stoel in de zon. Als het baasje thuiskomt van het boodschappen doen, springt de kat van de stoel af (1).
    Het baasje pakt uit de boodschappentas een pak kattenbrokken en zet dit op het aanrecht. De kat hoort dit (2).
    Het baasje doet enkele brokjes op een bordje. De kat gaat kopjes geven tegen het been van het baasje (3).
    Het baasje laat het bordje op het aanrecht staan. De kat gaat miauwen (4).
    Dan zet het baasje het bordje op de grond. De kat gaat ervan eten (5).
     
  • Welke van de beschreven gebeurtenissen behoren tot het gedrag van de kat?
     
      Alleen de gebeurtenissen 1 en 2.
      Alleen de gebeurtenissen 3, 4 en 5.
      Alleen de gebeurtenissen 1, 2, 3 en 4.
      De gebeurtenissen 1, 3, 4 en 5.
     
     
    10
    Wanneer scholeksters de keuze zouden hebben tussen eieren van verschillende grootte, dan blijkt dat zij een voorkeur hebben voor grotere eieren dan ze zelf leggen, ook al is het een nep-ei. Zie de afbeelding hiernaast.
    Hieronder staan twee beweringen die hierover gaan:
    (1)  Een groter ei werkt als een supranormale prikkel voor het gedrag, het eigen ei niet.
    (2)  Het zien van een ei werkt als een motiverende prikkel voor het gedrag.
     
    Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
     
       Alleen bewering 1.
       Alleen bewering 2.
       Beide beweringen zijn juist.
       Geen van beide beweringen is juist.
     
     
    11
    Voor haaien zijn de meeste mensen bang. Toch zullen ze een zwemmer niet snel aanvallen. Alleen als er een inwendige en een uitwendige prikkel is, wil de haai een mens nog wel eens voor een lekker hapje aanzien.
     
    Wat zal voor de haai de inwendige prikkel zijn?
    En wat is voor de haai de uitwendige prikkel?    
     
       De inwendige prikkel en de uitwendige prikkel zijn hetzelfde, namelijk honger.
       De inwendige prikkel is honger, de uitwendige prikkel is het zien van de zwemmer.
       De inwendige prikkel is het zien van de zwemmer, de uitwendige prikkel is honger.
       De inwendige en de uitwendige prikkel zijn hetzelfde, namelijk het zien van de zwemmer.
     
     
    12
    Het is bekend dat de koekoek de eieren niet zelf uitbroed. Ze worden daarom in het nest van een andere vogelsoort gelegd. Wanneer het jong uit het ei komt, duwt het vaak de andere eieren (en / of uitgekomen jongen van de andere soort) over de rand van het nest. Koekoeksjongen zijn vaak groter dan de jongen van de pleegouders. Als het jong ook nog eens zijn grote rode keel openspert en bedelt om voedsel, worden de pleegouders aangezet om voldoende voedsel te halen.
     
    Heeft de beschreven situatie iets te maken met een supranormale prikkel?
    Zo ja, van welk dier is de supranormale prikkel dan afkomstig?
     
      Ja, de prikkel is afkomstig van het koekoeksjong.
      Ja, de prikkel is afkomstig van de pleegouders.
      Ja, de prikkel komt zowel van de kant van het koekoeksjong als van de kant van de pleegouders.
      Nee, het heeft niets te maken met een supranormale prikkel.

     
     
    13  
    Dieren die hulpmiddelen gebruiken, zou je intelligent kunnen noemen. Het is bekend dat chimpansees met behulp van een takmieren uit een holle boomstam halen. In de afbeelding hiernaast zie je dat een chimpansee een stok gebruikt om er een blaadje sla mee uit het water te vissen.
     
    Hoe heeft deze chimpansee geleerd dat dit een goede manier is om eten uit het water te vissen?
     
      Door middel van conditionering.
      Door middel van gewenning.
      Door middel van inprenting.
      Door middel van trial and error.
     
     
    14
    Reigers zijn erg goede vissers zijn. De reiger op afbeelding hiernaast, heeft honger maar staat stil en kijkt totdat er iets lekkers voorbij komt.
     
    Hoe wordt de factor genoemd, die ervoor zorgt dat deze reiger dit gedrag (stilstaan en kijken) vertoont?
     
       Een erfelijke factor.
       Een
    inwendige prikkel.
       Een uitwendige prikkel.
       Een sleutelprikkel.
     
     
    15
    Kees en Dorien doen een opdracht in de dierentuin. Ze moeten opschrijven welk gedrag de dieren vertonen. Kees zegt dat de liggende herkauwende zebra's geen gedrag vertonen en vult bij de opdracht dus niets in. Dorien zegt dat een zebra die aan het herkauwen is, wel gedrag vertoont.
     
    Wie heeft (hebben) gelijk?        
     
      Alleen Kees heeft gelijk.
      Alleen Dorien heeft gelijk.
      Kees en Dorien hebben allebei gelijk.
      Kees en Dorien hebben geen van beiden gelijk.

     
     
    16
    Hanen die voortdurend om de hennen strijden, vertonen haantjesgedrag. Er heerst bij hanen die in één ren leven een duidelijke hiërarchie.
     
    Bij welk type gedrag hoort haantjesgedrag thuis?
     
      Bij baltsgedrag.
      Bij imponeergedrag.
      Bij overspronggedrag.
      Bij voortplantingsgedrag.
     
     
    17
    Mannetjeshonden hebben de drang om vaker te plassen dan vrouwtjeshonden. Dit behoort tot kenmerkend gedrag van honden.
     
    Bij welk type gedrag hoort dit gedrag van de hond?
     
      Bij baltsgedrag.
      Bij overspronggedrag.
      Bij sociaal gedrag.
      Bij territoriumgedrag.
     
     
    18   
    Bert zegt dat het dansen in een discotheek je zou kunnen vergelijken met een paringsdans bij dieren.
    Ernie zegt dat wanneer jongens in de puberteit 'last krijgen van hun hormonen' dit tot typisch gedrag kan leiden.
     
    Wie heeft of wie hebben er gelijk?
     
      Alleen Bert heeft gelijk.
      Alleen Ernie heeft gelijk.
      Bert en Ernie hebben allebei gelijk.
      Bert en Ernie hebben geen van beiden gelijk.
     
     
    19   
    Veel mensen die zich op het strand recreëren, maken een plekje dat ze op allerlei manieren afbakenen. Dit doen ze met behulp van hun handdoeken, de stoelen op een bepaalde manier neerzetten en zelfs het graven van kuilen, heuveltjes en zogenaamde 'dijkjes tegen de zee'. Dit zou je een voorbeeld kunnen noemen van ...
     
      ... imponeergedrag.
      ... territoriumgedrag.
      ... overspronggedrag.
      ... een supranormale prikkel.
     
     
    20 
    Op welke manier of manieren wordt het gedrag van circusdieren bepaald?
     
      Alleen door erfelijke factoren.
      Alleen door leerprocessen.
      Door erfelijke factoren en door leerprocessen samen.
      Niet door erfelijke factoren en ook niet door leerprocessen.
     
     
    21  
    In de reclamewereld wordt voornamelijk gebruik gemaakt van ...
     
      ... alleen sleutelprikkels.
      ... alleen supranormale prikkels.
      ... sleutelprikkels en supranormale prikkels.
      ... traditionele rolpatronen (man / vrouw)
     
     
    22  
    Dominantie komt ook bij vogels voor. Bij kippen heeft dit zelfs een speciale naam.

    Welke naam is er voor 'dominantie bij kippen'?
     
       Inprenten.
       Pikorde.
     
     Rangorde. 
       Sociaal gedrag.
     
     
    23  
    Michel zegt dat leerprocessen het gedrag bij mensen sterker beïnvloeden dan bij dieren.
    Pat zegt dat pubers die geen normen en waarden hebben, zich niet gedragen.
     
    Wie heeft of wie hebben er gelijk?
     
      Alleen Michel heeft gelijk.
      Alleen Pat heeft gelijk.
      Michel en Pat hebben allebei gelijk.
      Michel en Pat hebben geen van beiden gelijk.
     
     
    24  
    Een agente bekeurt een scholier die zojuist door rood licht heeft gereden. De scholier scheldt de vrouw hierna uit voor 'hoer'. De agente kan hierop als volgt reageren:
     
    (1)    Zij geeft de scholier een extra bon.
    (2)    Zij gaat een hartig woordje met de scholier praten.
    (3)    Zij gaat de scholier zelf uitschelden.
    (4)    Zij slaat de scholier in de boeien.
    (5)    Zij haalt haar schouders op en schud haar hoofd afkeurend.
     
    Welke reactie(s) kan of kunnen ongericht gedrag worden genoemd?
     
      alleen reactie 1
      alleen reactie 4
      de reacties 1, 2, 3 en 4
      alleen reactie 5
     
     
    25
    Bekijk de afbeelding hiernaast. Het zijn stadseenden in een sloot om de hoek.
     
    Van welk type gedrag is er op de afbeelding sprake?
     
      Van imponeergedrag.
      Van overspronggedrag.
      Van territoriumgedrag.
      Van voortplantingsgedrag.
     
     
    26   
    Wat is voor een stekelbaarsvrouwtje de sleutelprikkel om het in het nest de eieren af te zetten?
     
      Het laten zien van een dikke buik.
      Het sidderen door het mannetje.
      Het waaieren door het mannetje. 
      Het zigzaggen door het mannetje.
     
     
    27   
    Op YouTube is een filmpje ( http://www.youtube.com/watch?v=q9a2GmfYGk4 ) te zien waarin twee mannen de leeuw die ze als welp hebben opgevoed, weer terug zien. Je zien de reactie van de leeuw.
     
    Wat is voor de leeuw de uitwendige prikkel om naar hun oude baasjes toe te lopen en hun te 'omhelzen'?
     
      Het zien van mannen.
      Honger.
      Hormonen.
      Zenuwen.
     
     
    28   
    Meeuwen blijven op gepaste afstand van elkaar zitten. Wanneer er een te dichtbij komt, lokt dat gedrag van de ander uit.
     
    Wat is de beste reden voor het feit dat deze meeuwen op een afstand van elkaar blijven zitten?
     
      Omdat dit de gedragscode is om de rust in de groep te houden.
      Omdat elke meeuw zijn eigen territorium heeft.
      Omdat er ook nog plaats moet zijn voor een mannetje of vrouwtje dat er tussen moet kunnen.
      Omdat ze alleen zo hun eigen gebiedje kunnen afzoeken naar voedsel.
     
     
    29   
    Bonobo's zijn apen die erom bekend staan alles 'goed te maken' met een potje seks.
     
    Hoe zou je dit gedrag kunnen noemen?
     
       Baltsgedrag.
       Dreiggedrag.
       Paringsgedrag.
       Sociaal gedrag.
     
     
     
    30 
    Welke manieren worden tussen soortgenoten gebruikt om met elkaar communiceren?
     
        Communicatie door middel van gebaren en geluiden.
        Communicatie door middel van gebaren en geuren.
        Communicatie door middel van gebaren, geluiden, geuren en houdingen.
        Communicatie door middel van gebaren, geluiden, geuren, houdingen en kleuren.

    Je hebt punten gehaald.
    Wat ik ervan vind:
    | Begin pagina | Antwoorden |